Lezing God en Mens wie heeft wie uitgevonden

Christenen geloven dat God de mens gemaakt heeft. Atheïsten daarentegen, zijn van mening dat God slechts is verzonnen om gebeurtenissen te kunnen verklaren die we als mens niet begrijpen. Pieter Bouma, bioloog, autodidact en christen, hield in april een lezing voor SpeakingOF over dit vraagstuk. Volgens hem zitten beide partijen met een probleem.

Christenen lopen er nog wel eens tegenaan dat de Bijbel niet duidelijk op alle vragen ingaat. De beschrijving van de schepping van het heelal en de mens in Genesis geeft geen duidelijk kader om antwoord te geven op vragen die gesteld kunnen worden vanuit de wetenschap en bijvoorbeeld de evolutietheorie. Atheïsten, die vaak wetenschap tot waarheid verheffen, hebben het wat dat betreft ook niet makkelijk. Zij zijn veelal van mening dat onze oorsprong ligt in een grote oerknal waardoor tijd, ruimte en natuurwetten zijn ontstaan. Hoe dit precies is gegaan, kan niet worden verklaard en blijft een groot mysterie.

Volgens Bouma baseren beide groepen zich op wereldbeelden die bewust en onbewust bepalen hoe we met “de kwestie God” omgaan. Dit is een wereldbeeld waarin God besloten zit, of een wereldbeeld waar God buiten wordt gehouden. Een christen die gelooft dat we een schepping van God zijn, dat we morele verantwoording moeten afleggen voor onze daden en dat we uiteindelijk de eeuwigheid in hemel of hel zullen doorbrengen, heeft een radicaal andere voorstelling van zaken dan een atheïst, die gelooft dat we een toevallige combinatie van quarks en electrons zijn, dat we onderworpen zijn aan de natuurwetten en dat er na de dood niets is.

Bouma uit kritiek op twee belangrijke atheïstische argumenten dat wij God zouden hebben uitgevonden. Ten eerste dat voor God geen bewijs bestaat, en ten tweede dat het idee dat God bestaat ‘wishful thinking’ is. God wordt, in lijn met Richard Dawkins (wetenschapper en bekend atheïst) een misvatting genoemd, een waanidee. Bouma haalt het eerste argument onderuit door te stellen dat er in de wetenschap veel theorieën worden bedacht die niet gebaseerd zijn op empirische waarnemingen. Om de oerknal theorie kloppend te krijgen wordt bijvoorbeeld uitgegaan van donkere materie en energie omdat 95 procent van de benodigde energie voor een oerknal in ons heelal ontbreekt. Dat er mogelijk geen empirisch bewijs is voor het bestaan van God doet volgens Bouma niets af aan de mogelijkheid dat hij wel degelijk bestaat. Tevens laat dit zien dat de stelling dat God bestaat verdedigd kan worden, ook al is daar geen duidelijk empirisch bewijs voor.

Het ‘wishful thinking’ argument is volgens Bouma in tegenspraak met de evolutietheorie die door veel atheïsten wordt aangehangen. ‘Wishful thinking’ vergroot namelijk niet de levenskansen van soorten. Als je doodvriest, heb je niet meer kans om te overleven door te geloven dat je het warm hebt. Het geloven in het bestaan van God leidt er dan ook niet toe dat je minder snel sterft en levert ons evolutionair gezien dan ook geen enkel voordeel op.

Dat christenen van atheïsten daarom vaak het verwijt krijgen zich niet te baseren op empirische bewijzen, vindt Bouma ongegrond omdat atheïsten hetzelfde doen. Het gaat ten diepste om de basisveronderstellingen van waaruit je denkt. Bouma illustreert dit aan de hand van de vraag over hoe ons heelal is ontstaan. De basisveronderstelling van christenen is dat God de aarde gemaakt heeft. Hoe dit precies gebeurd is, bijvoorbeeld in precies zeven dagen, 14 miljard jaar of middels een oerknal en evolutie, doet minder ter zake. Waar het hen om draait is dat er een intelligent ontwerper achter moet zitten die zij God noemen. Het heelal, de aarde en de mens zelf zitten zo ingenieus in elkaar en zijn zo complex dat het te onwaarschijnlijk is dat ze door toevalligheden zijn ontstaan. De meeste wetenschappers willen niets weten van een intelligent ontwerper, maar erkennen wel het probleem van de complexiteit. Ons heelal is te jong om via toevalligheden binnen 14 miljard jaar te komen tot de staat waarin het nu verkeert. Het ontstaan van ons heelal noemen zij daarom een ‘singulariteit’. Een singulariteit is een wonderlijkheid, waarbij normale regels of wetten niet meer geldig zijn of niet meer toegepast kunnen worden, en daardoor ook buiten ruimte en tijd staat. Singulariteit is een duur woord voor ‘wonder’, en in feite doen christenen dan ook hetzelfde in hun benadering naar God toe. God, die het heelal gemaakt heeft, staat buiten tijd en ruimte zoals wij die kennen. Hoe dat precies zit, dat weten we niet, maar dat het een wonder is, staat buiten kijf.

Aan het einde van zijn lezing en discussie is de vraag wie wie heeft uitgevonden niet eenduidig beantwoord. Het is maar de vraag of dat haalbaar is wanneer veronderstellingen over het bestaan van God tussen gelovigen en atheïsten zo sterk verschillen. Toch kan er maar één antwoord waar zijn. Of God heeft ons gemaakt, of wij hebben God gemaakt. Er tussenin zitten gaat niet lukken.

Simon Verduijn

 

Ga terug

» Laatste verslag

Met de buitengewoon interessante discussieavond met Frank Mulder over het thema 'Economie op ramkoers' is het seizoen 2010 - 2011 alweer afgesloten. Houd de website in de gaten voor nieuwe activiteiten.

Lees meer...

» Volgende thema-avond

In 2009 schreeuwden de wereldleiders moord en brand. Het financiële systeem stond "aan de rand van de afgrond" en alles moest anders. Intussen lijkt alles weer te zijn gefikst. Bonussen worden uitgekeerd als chocolaatjes en bankiers mogen weer doen wat

Lees meer...

Copyright 2009 ® SpeakingOF Veenendaal
Hosting & realisatie: Devenz Webdevelopment